Onderzoekers van KU Leuven en UGent vonden bij Vlaamse 55-plussers een verband tussen slaapefficiëntie en bepaalde denkvaardigheden
Hoeveel van je tijd in bed breng je echt slapend door? Die vraag blijkt interessant voor wie de relatie tussen slaap en het ouder wordende brein wil begrijpen. Onderzoekers van KU Leuven en UGent vonden bij Vlaamse 55-plussers een verband tussen slaapefficiëntie en bepaalde denkvaardigheden. Wie een groter deel van de tijd in bed effectief slapend doorbracht, scoorde beter op taken die onder meer een beroep doen op concentreren, plannen en flexibel schakelen. Als ze enkel keken naar het aantal uren slaap, vonden de onderzoekers geen duidelijk verband met de onderzochte denkvaardigheden.
Wie het over hun slaap heeft, telt vaak de uren in bed. Maar een nacht van acht uur in bed is niet noodzakelijk een nacht van acht uur slaap. Ook de tijd dat je wakker ligt, speelt een grote rol, maar deze wordt vaak vergeten. Een beter beeld van je nachtrust krijg je als je kijkt naar slaapefficiëntie: die drukt uit welk percentage van de tijd in bed je werkelijk slaapt. Hoe minder tijd je wakker ligt, hoe hoger die efficiëntie.
Verband met plannen en concentreren
Onderzoekers van KU Leuven en UGent onderzochten hoe verschillende aspecten van slaap samenhangen met het denkvermogen van 55-plussers. Er namen 233 Vlamingen tussen 55 en 90 jaar deel. De deelnemers droegen een week lang een bewegingssensor om de pols, waarmee de onderzoekers onder andere hun slaapduur en slaapefficiëntie konden inschatten. Daarnaast hielden ze een slaapdagboek bij, vulden ze een vragenlijst over hun slaap in en legden ze een reeks denkoefeningen af.
Uit de resultaten kwam vooral één verband naar voren: deelnemers met een hogere slaapefficiëntie scoorden beter op tests van de zogenoemde ‘executieve functies’. Die helpen ons bijvoorbeeld om handelingen te plannen, impulsen te beheersen en tussen verschillende taken te wisselen.
Het verband bleef overeind nadat de onderzoekers rekening hielden met onder meer leeftijd, opleidingsniveau en lichaamsbeweging.
“Onze bevindingen tonen aan dat je verder moet kijken dan alleen het aantal uren dat iemand slaapt. Ook hoeveel van de tijd in bed je daadwerkelijk slaapt, is relevant om de relatie tussen slaap en denkvaardigheden te begrijpen”, zegt onderzoeker Pieter-Jan Marent.
Voor het korte- en langetermijngeheugen en de snelheid waarmee deelnemers informatie verwerkten, vonden de onderzoekers geen duidelijk verband met slaapefficiëntie. Ook voor andere slaapkenmerken, zoals de ervaren slaapkwaliteit en een bredere score voor slaapgezondheid, vertoonden geen duidelijk verband met de onderzochte denkvaardigheden.
De studie toont bovendien een samenhang, geen oorzaak en gevolg. Ze bewijst niet dat een verbetering van de slaapefficiëntie ook leidt tot betere denkvaardigheden of minder achteruitgang. De onderzoekers benadrukken dat de deelnemers over het algemeen relatief gezond waren en doorgaans gunstige slaapkenmerken hadden. De resultaten zijn daarom niet zomaar te veralgemenen naar mensen met ernstige slaapproblemen of cognitieve problemen.
“Een belangrijke volgende stap in het onderzoek is nu nagaan of mensen ook beter gaan functioneren wanneer hun slaapefficiëntie verbetert. Dat kunnen we op basis van deze studie nog niet zeggen”, aldus Pieter-Jan Marent
Een goede slaaphygiëne blijft belangrijk
Dat slaapduur in deze studie geen duidelijk verband toonde met betere denkvaardigheden, betekent niet dat voldoende slaap onbelangrijk is. Ook goede slaapgewoonten blijven belangrijk. Maar wat kun je zelf doen om je nachtrust te verbeteren? De onderzoekers geven enkele algemene aanbevelingen:
1. Beter slapen begint overdag
Ook wat je overdag doet, beïnvloedt je slaap. Beweeg regelmatig en probeer langdurig stilzitten te doorbreken. Sta bijvoorbeeld elk halfuur even recht of maak een korte wandeling. Je hoeft daarvoor niet intensief te sporten: ook lichte beweging telt mee.
2. Blijf niet wakker liggen in bed
Lig je al een tijdje wakker en lukt het niet om opnieuw in slaap te vallen? Sta dan even op en doe iets rustigs in een andere kamer, zoals een boek lezen. Ga pas terug naar bed wanneer je opnieuw slaperig bent. Zo leren je hersenen om het bed weer met slapen te associëren, in plaats van met wakker liggen en piekeren.
3. Maak van je slaapkamer een plek om te slapen
Zorg voor een donkere, stille slaapkamer met een aangename temperatuur. Vermijd televisie kijken, werken of langdurig scrollen in bed. Door je bed vooral voor slapen te gebruiken, versterk je de associatie tussen je slaapkamer en slaap.
4. Sta elke dag rond hetzelfde uur op
Probeer elke ochtend op ongeveer hetzelfde tijdstip op te staan, ook na een slechte nacht. Ga 's avonds pas naar bed wanneer je echt slaperig bent. Zo help je je lichaam om een regelmatig slaapritme op te bouwen.
5. Zoek hulp bij aanhoudende slaapproblemen
Wie regelmatig slecht slaapt of langdurig wakker ligt, kan het best advies vragen aan een arts of slaapexpert. Bij aanhoudende slapeloosheid kunnen specifieke behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie voor insomnia, helpen om de slaap te verbeteren.
Bron: KU Leuven
/d_650_0192.jpg)
/H325_ING_33594_340193.jpg)
/G_650_206.jpg)
