Uit laboratoriumonderzoek met netvliezen van muizen blijkt dat het herstellen van de werking van dopamine deze signalen stopt

Onderzoekers hebben een mogelijke manier ontdekt om abnormale signalen in het netvlies te stoppen die onwillekeurige oogbewegingen (nystagmus) kunnen veroorzaken bij mensen met een erfelijke vorm van nachtblindheid. Uit laboratoriumonderzoek met netvliezen van muizen blijkt dat het herstellen van de werking van dopamine deze signalen stopt. Ook vermindert hierdoor de ‘ruis’ die de overdracht van visuele informatie verstoort. De ontdekking biedt daarmee mogelijk twee voordelen: minder onwillekeurige oogbewegingen én scherper zicht. De onderzoekers gaan nu onderzoeken of de aanpak ook werkt bij levende dieren.

Nystagmus is een aandoening waarbij de ogen onwillekeurig en herhaaldelijk bewegen, waardoor iemand minder goed kan zien. Het komt vaak voor bij mensen met congenitale stationaire nachtblindheid (CSNB), een erfelijke vorm van nachtblindheid waarvoor nog geen genezende behandeling bestaat.

Lange tijd dachten wetenschappers dat deze ongecontroleerde oogbewegingen ontstaan in de hersenen, waar de oogbewegingen worden aangestuurd. Eerder onderzoek van het team liet echter zien dat het probleem bij deze vorm van nachtblindheid begint in het netvlies, de lichtgevoelige laag achter in het oog. Cellen in het netvlies geven abnormale elektrische signalen af die zich in een vast ritme herhalen. Deze signalen worden doorgegeven aan de hersenen en veroorzaken zo de onwillekeurige oogbewegingen.

In de nieuwe studie onderzochten de wetenschappers waar de abnormale signalen vandaan komen. Daarbij richtten ze zich op dopamine, een stof die het netvlies helpt zich aan te passen aan licht en donker. Bij deze vorm van nachtblindheid maakt het netvlies minder dopamine vrij dan normaal.

De onderzoekers gebruikten netvliezen van muizen met nachtblindheid en ontdekten dat ze de abnormale elektrische signalen konden stoppen door de werking van dopamine te herstellen. Ook reageerde het netvlies sterker op licht en werd de kwaliteit van de visuele signalen beter. De abnormale elektrische activiteit veroorzaakt namelijk een soort achtergrondruis, die het moeilijker maakt om visuele informatie goed door te geven aan de hersenen. Door deze ruis te verminderen, konden de signalen duidelijker worden doorgegeven.

Van ontdekking naar mogelijke behandeling
De resultaten zijn een eerste stap richting een mogelijke behandeling. Tot nu toe is de aanpak alleen getest op netvliezen van muizen in het laboratorium, en nog niet bij levende dieren. B. Semihcan (Semih) Sermet, eerste auteur van de studie, legt uit: ‘De volgende stap is om te onderzoeken of de aanpak ook werkt bij levende dieren. Mogelijk kunnen we hiervoor oogdruppels gebruiken met een medicijn dat de werking van dopamine beïnvloedt.’

Als dat werkt, zou de aanpak uiteindelijk kunnen helpen om onwillekeurige oogbewegingen te verminderen en het zicht te verbeteren. De nachtblindheid zelf wordt hiermee niet genezen. Er is nog veel onderzoek nodig voordat de aanpak bij patiënten kan worden toegepast. De ontdekking kan ook van belang zijn voor andere oogaandoeningen, zoals retinitis pigmentosa, waarbij het netvlies eveneens verstoorde elektrische signalen afgeeft.

Sermet legt uit: ‘Bij retinitis pigmentosa verstoort deze achtergrondruis de werking van netvliesimplantaten die mensen kunnen helpen om weer iets te zien. Door de werking van dopamine te herstellen, kunnen we deze ruis mogelijk verminderen en de visuele signalen duidelijker maken. Zo zouden netvliesimplantaten beter kunnen werken.’

Waarom fundamenteel onderzoek belangrijk is
De studie laat ook zien hoe belangrijk fundamenteel onderzoek is.

‘We zijn dit onderzoek niet begonnen met het doel om een behandeling te ontwikkelen. De ontdekking komt voort uit twintig jaar onderzoek naar hoe het netvlies werkt en hoe de cellen met elkaar communiceren. Dit onderzoek stond onder leiding van professor Maarten Kamermans, die helaas onlangs is overleden. Het laat zien hoe belangrijk fundamenteel onderzoek is’, aldus Sermet.

Deze basiskennis vormt de ‘bouwstenen’ om te begrijpen wat er bij ziekten misgaat. Doordat de onderzoekers steeds beter begrepen hoe het netvlies werkt, konden ze achterhalen waar de abnormale signalen vandaan komen en een mogelijke manier vinden om ze te stoppen.

Bron: Nederlands Herseninstituut