In alle onderzochte moedermelk zit PFAS blijkt uit een landelijk onderzoek
Uit een landelijk onderzoek blijkt dat in alle onderzochte moedermelk PFAS zit. In 82 procent is de hoeveelheid lager dan de risicogrens. Onder deze grens worden geen schadelijke effecten verwacht.
Uit eerder onderzoek van het RIVM blijkt dat bijna alle mensen in Nederland te veel PFAS in hun bloed hebben. Dit onderzoek naar PFAS in moedermelk geeft samen met het bloedonderzoek informatie over de hoeveelheid PFAS die mensen in Nederland binnenkrijgen.
Vier PFAS komen het meest voor
Het RIVM onderzocht moedermelk van 1629 vrouwen uit heel Nederland en keek daarbij naar 29 verschillende PFAS. In bijna alle moedermelk zaten PFOS en PFOA. Vier PFAS zaten in 93 procent van de moedermelk. Dit zijn PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS. PFOS kwam het vaakst voor en in de grootste hoeveelheden. Van de 29 PFAS zijn er 21 niet of bijna niet gevonden. Er zijn geen gegevens over de hoeveelheid TFA in moedermelk bekend.
82 procent blijft onder de risicogrens PFAS
Het RIVM vergeleek de hoeveelheden PFAS met de risicogrens voor PFAS in moedermelk. Is de hoeveelheid PFAS lager, dan worden er geen schadelijke effecten voor het kind verwacht. Dat is bij 82 procent van de onderzochte moedermelk het geval.
In 18 procent van de onderzochte moedermelk zat wel meer PFAS dan de risicogrens. In deze gevallen zijn schadelijke effecten op het lichaam niet uit te sluiten. Bij kinderen kan door PFAS bijvoorbeeld het immuunsysteem minder goed gaan werken. Of kinderen daar ziek van kunnen worden hangt van verschillende omstandigheden af, zoals erfelijkheid en leefomstandigheden.
Borstvoeding is goed voor moeder en kind
Moedermelk bevat belangrijke voedingsstoffen. Sommige stoffen dragen bij aan de bescherming tegen ziekten. Het RIVM en het Voedingscentrum adviseren om, als dat mogelijk is, borstvoeding te blijven geven. Ook al krijgen kinderen daardoor PFAS binnen. Het Voedingscentrum geeft informatie en advies over borstvoeding.
Minder blootstelling aan PFAS blijft belangrijk
Het RIVM berekende in 2021 en 2023 dat mensen in Nederland uit voedsel en drinkwater te veel PFAS binnenkrijgen. De resultaten van het onderzoek in bloed en moedermelk bevestigen dat. PFAS breken moeilijk af, maar kunnen wel langzaam uit het lichaam verdwijnen. Om de hoeveelheid PFAS op termijn onder de gezondheidskundige grenswaarde te laten komen, is het dus nodig dat mensen minder PFAS binnenkrijgen.
Vooral bedrijven en overheden kunnen hier maatregelen voor nemen. In 2008 is de stof PFOS verboden en sinds 2020 ook de stof PFOA. Om vervanging van de ene PFAS met een andere te voorkomen, heeft Nederland samen met andere landen een voorstel gedaan voor een Europees verbod op alle PFAS. Er geldt een minimalisatieplicht voor de uitstoot van PFAS. Dit betekent dat bedrijven de uitstoot van PFAS naar water en lucht zo veel mogelijk moeten verminderen.
Onderzoek naar PFAS
Voor dit onderzoek werkten het RIVM, Amsterdam UMC en de VU Amsterdam samen. Het maakt onderdeel uit van een groot onderzoek in Nederland naar mogelijkheden om de blootstelling aan PFAS te verlagen. Dit PFAS-onderzoeksprogramma wil onder andere inzicht geven in welke soorten PFAS en in welke hoeveelheden inwoners van Nederland blootstaan. Dit gebeurt in opdracht van de ministeries van IenW, VWS en LVVN. Als het lukt om de blootstelling aan PFAS te verlagen, is de verwachting dat de hoeveelheid in moedermelk ook verder daalt. Door dit onderzoek in de komende jaren te herhalen kan onderzocht worden of de maatregelen om de blootstelling aan PFAS te verminderen effect hebben.
Het RIVM doet ook onderzoek naar PFAS en gezondheid
Bron: RIVM
/a_650_1062.jpg)
/b_650_0510.jpg)
/f_650_0072.jpg)
/d_650_0118.jpg)
/a_650_0761.jpg)
/G_650_095.jpg)
/H325_INH_32193_256518.jpg)
/b_650_0581.jpg)
