Een internationaal onderzoek onder leiding van twee UMCG-artsen moet duidelijk maken wat de beste dosering is voor ernstig zieke patiënten op de intensive care
IC-patiënten krijgen vrijwel altijd bloedverdunners om trombose te voorkomen. Toch blijkt dat de dosis die patiënten krijgen sterk kan verschillen per ziekenhuis en per land. Een internationaal onderzoek onder leiding van twee UMCG-artsen moet duidelijk maken wat de beste dosering is voor ernstig zieke patiënten op de intensive care.
In vrijwel elk ziekenhuis krijgen opgenomen patiënten injecties met bloedverdunners om stolsels in het bloed (trombose) en longembolieën te voorkomen. Deze preventieve behandeling, tromboseprofylaxe genoemd, is al decennia standaardzorg, ook op de intensive care. Toch komt trombose desondanks nog regelmatig voor.
Verschillen in dosering tussen ziekenhuizen
Dat roept de vraag op wat de optimale dosering is. Precies dat gaan IC-arts Eric Keus, internist Ruben Eck en hematoloog Karina Meijer onderzoeken. De aanleiding voor hun onderzoek is een bijzondere. ‘We ontdekten dat ziekenhuizen verschillende doseringen gebruiken,’ legt Ruben Eck uit. ‘Op een IC in Groningen kan een patiënt een andere hoeveelheid bloedverdunners krijgen dan in Maastricht of Rotterdam.’
Geen internationale richtlijnen
Een internationale enquête onder honderden IC-afdelingen bevestigde dat beeld. Eck en Keus stuurden een vragenlijst naar meer dan 700 intensive care-artsen, tot ver buiten Europa. De antwoorden lieten veel variatie zien in doseringen. Keus: ‘Er zijn geen duidelijke richtlijnen voor wat de beste dosering is. Er is heel veel bewijs dat preventieve behandeling tegen trombose goed werkt, ongeacht de dosis bloedverdunners. Dat staat niet ter discussie. Maar het fascinerende is dat nooit goed is onderzocht wat de allerbeste dosis is. Daardoor zijn lokale gewoonten ontstaan.’
Drie doseringen met elkaar vergeleken
Met subsidie van de Trombosestichting starten Keus en Eck nu een grootschalige studie om de vraag naar de optimale dosis eindelijk te beantwoorden. In hun onderzoek vergelijken zij drie verschillende doseringen met elkaar: een lage dosis, een middelhoge dosis en een dosering die wordt aangepast aan het lichaamsgewicht van de patiënt.
'Dit kan voor duizenden patiënten per jaar het verschil maken'
Balans tussen effectiviteit en veiligheid
De verschillen tussen deze strategieën zijn aanzienlijk. Eck: ‘Patiënten in de middelhoge groep krijgen de dubbele dosis vergeleken met de lage groep. In de gewichtsafhankelijke groep kan de dosis zelfs, afhankelijk van het lichaamsgewicht, drie tot vier keer hoger uitvallen dan bij de lage groep. We vermoeden dat een dosering op basis van gewicht de beste balans biedt tussen effectiviteit en veiligheid. Maar dat moet nog worden bewezen.’
Resultaten onderzoek
Samen met patiënten is vooraf gekeken wat de beste manier om de uitkomsten van het onderzoek te duiden. Keus: ‘In het onderzoek kijken we daarom vooral naar hoelang de patiënten overleven en buiten het ziekenhuis verblijven en wat hun kwaliteit van leven is na een IC-opname. Daarnaast kijken we naar hoe vaak sprake is van tromboses en bloedingen.’
Wereldwijde invloed
Het uiteindelijke doel is duidelijk: vaststellen welke dosering bloedverdunners het beste werkt voor ernstig zieke patiënten. Keus: ‘Als het onderzoek overtuigende resultaten oplevert, kan dat wereldwijd invloed hebben op medische richtlijnen. Er zijn geen andere studies op dit gebied die zo groot zijn. Als we kunnen aantonen wat de optimale dosis is, kan dat voor duizenden patiënten per jaar verschil maken.”
Internationale studie
Eck verwacht dat tussen de 2.500 en 4.500 IC-patiënten aan de studie gaan deelnemen. ‘Het onderzoek duurt ongeveer drie jaar en we voeren het samen met collega’s uit Kopenhagen uit in een netwerk van Europese ziekenhuizen.’
Innovatieve studieopzet
Het onderzoek maakt deel uit van een zogenoemde platformstudie, een relatief nieuwe manier van klinisch onderzoek. Daarbij is een vaste onderzoekstructuur opgezet waarin meerdere behandelingen of vragen tegelijk kunnen worden onderzocht. Nieuwe studies zoals deze kunnen daar eenvoudiger aan worden toegevoegd.
Tijdens de studie kijken de onderzoekers voortdurend naar de tussenresultaten. Als een behandeling duidelijk minder goed werkt, kan die eerder worden stopgezet. Omgekeerd krijgen patiënten gaandeweg vaker de behandeling die het meest veelbelovend lijkt.
Bron: UMCG
/a_650_1134.jpg)
/a_650_1571.jpg)
/a_650_1788.jpg)
/a_650_0303.jpg)
/H325_ing_48847_00739.jpg)
/H325_IST_24519_512311.jpg)
/H325_IST_46655_00125.jpg)
/e_650_0001.jpg)
