Het onderzoek is opgezet door het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en er gaan tenminste 23 andere zorgcentra in Nederland aan meedoen
Kan een orgaansparende behandeling toegankelijker worden voor een grotere groep patiënten met een ernstige vorm van endeldarmkanker? Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven is gestart met de MEND-IT II studie, een groot landelijk onderzoek waarin die vraag centraal staat. Het onderzoek is opgezet door het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en er gaan tenminste 23 andere zorgcentra* in Nederland aan meedoen.
De nieuwe studie, gesubsidieerd door ZonMw, bouwt voort op het veelbelovende MEND-IT‑onderzoek. Daarin kregen patiënten met een moeilijk te behandelen tumor bij endeldarmkanker en één of meer factoren die een slechtere prognose veroorzaken een intensieve voorbehandeling met chemotherapie gevolgd door bestraling en indien nodig een operatie.
De definitieve resultaten van die studie worden komend najaar verwacht, maar de voorlopige uitkomsten zijn hoopgevend. Bij een belangrijk deel van deze patiënten kon de arts tijdens de MEND-IT -studie kiezen voor een orgaansparende aanpak, de zogenaamde ‘watch-and-wait-strategie’.
Dat betekende voor een deel van deze mensen dat zij na de voorbehandeling geen operatie meer nodig hadden. Dat is een belangrijke vooruitgang in kwaliteit van leven voor deze patiëntgroep. Als er geen operatie nodig is, scheelt dat aanzienlijk in de herstelperiode en nare neveneffecten van de operatie. Bovendien is er geen stoma nodig.
Effectieve, maar zware behandeling
De chemotherapie die patiënten in MEND-IT kregen was effectief, maar ook intensief: alleen patiënten in goede conditie kwamen in aanmerking. Daarom onderzoekt de nieuwe MEND-IT II-studie of minder intensieve chemotherapie (doublet in plaats van triplet) even goede resultaten kan geven. Als dat mogelijk blijkt, wordt deze behandeling toegankelijk voor een veel grotere groep patiënten.
“We willen voorkomen dat patiënten een zware, ingrijpende operatie moeten ondergaan als dat niet nodig is”, zegt hoofdonderzoeker prof. dr. Pim Burger, oncologisch chirurg in het Catharina Ziekenhuis. “De voorlopige resultaten van de MEND-IT studie geven ons vertrouwen dat dat ook voor patiënten met een slechte prognose vaker mogelijk kan worden. We willen graag weten of dit ook met een minder zware voorbehandeling mogelijk is. Zo wordt orgaansparing voor veel meer patiënten een reële mogelijkheid.“
Moeilijk te behandelen vorm van endeldarmkanker
Endeldarmkanker kan doorgroeien in omliggende weefsels en organen en is dan moeilijk te behandelen. De standaardbehandeling, met genezing als doel, bestaat meestal uit chemoradiotherapie gevolgd door een operatie. Die operatie kan leiden tot blijvende klachten, zoals incontinentie, erectiestoornissen, blaasfunctieklachten, pijn bij het vrijen of problemen met ontlasting. Soms is er na de operatie een stoma nodig.
Als de tumor echter volledig verdwijnt na de voorbehandeling (een zogenoemde klinische complete respons), kan soms worden gekozen voor de ‘watch-and-wait strategie’: intensieve controle in plaats van een operatie. Het doel van MEND-IT II is om het percentage patiënten dat hiervoor in aanmerking komt verder te vergroten.
Hoe verloopt het onderzoek?
In totaal worden 394 patiënten in het onderzoek opgenomen. Op basis van loting krijgen ze een van de twee behandelopties:
- Intensieve chemotherapie (triplet) gevolgd door chemoradiotherapie (zoals in MENDIT‑I).
- Minder intensieve chemotherapie (doublet) gevolgd door chemoradiotherapie.
Na de behandeling wordt met MRI‑scans, CT‑scans en endoscopie beoordeeld of de tumor verdwenen is. Is dat zo, dan krijgen patiënten het voorstel om het ‘watch-and-wait traject’ in te gaan. Is er nog tumor zichtbaar, dan volgt chirurgie volgens de landelijke richtlijnen.
Als MEND-IT II laat zien dat een minder intensieve behandeling net zo effectief is, zou dat voor veel meer patiënten betekenen dat:
- een operatie mogelijk kan worden uitgesteld of helemaal voorkomen;
- de kwaliteit van leven verbetert;
- behandelingen beter passen bij de conditie van individuele patiënten.
“Ons doel is simpel”, zegt prof. dr. Burger. “De juiste behandeling voor de juiste patiënt, met de beste kans op behoud van kwaliteit van leven. Met alle deelnemende zorgcentra willen we de zorg voor deze patiënten verder verbeteren. Met dit onderzoek hanteren we allemaal dezelfde hoge standaard voor het beoordelen van scans, is er dezelfde goede aandacht voor kwaliteit van leven en stellen we op een uniforme manier een complete respons vast.”
De eerste patiënten zijn in de afgelopen weken opgenomen in de studie. De onderzoekers verwachten de eerste resultaten over enkele jaren.
* De studie gaat in de komende jaren lopen in ten minste 23 andere centra. Dat zijn:
– ADRZ (Goes/Vlissingen)
– Anna Ziekenhuis (Geldrop)
‑ Antoni van Leeuwenhoek (Amsterdam)
– Amsterdam UMC (Amsterdam)
– Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (Nijmegen)
– Deventer Ziekenhuis (Deventer)
– Elkerliek Ziekenhuis (Helmond)
– Erasmus MC (Rotterdam)
– Frisius MC (Leeuwarden & Heerenveen)
– Haaglanden Medisch Centrum (Den Haag)
– Isala (Zwolle)
– Jeroen Bosch Ziekenhuis (Den Bosch)
– Maastro Clinic (Maastricht/Venlo)
– Maastricht UMC+ (Maastricht)
– Máxima MC (Eindhoven/Veldhoven)
– OLVG (Amsterdam)
– Radboudumc (Nijmegen)
– Radiotherapiegroep (Arnhem/Deventer)
– Radiotherapeutisch Instituut Friesland (Leeuwarden)
– Rijnstate (Arnhem)
– Sint Jans Gasthuis (Weert)
– UMC Utrecht (Utrecht)
– Zuidwest Radiotherapeutisch Instituut (Vlissingen/Roosendaal)
Bron: Catharina Ziekenhuis
/H325_INH_19062_03032.jpg)
/G_650_214.jpg)
/a_650_1239.jpg)
/H325_IST_23580_03710.jpg)
/b_650_0278.jpg)
/G_650_324.jpg)
/G_650_197.jpg)
/b_650_0569.jpg)
/a_650_1865.jpg)
