Zelfs sinds de test volledig wordt vergoed, krijgt slechts ongeveer één op de drie patiënten die ervoor in aanmerking komt daadwerkelijk zo'n test
Vervolgonderzoek moet uitwijzen waarom genprofieltest ondanks vergoeding niet wordt ingezet
Een genprofieltest kan helpen om onnodige chemotherapie bij borstkanker te voorkomen, maar wordt in Nederland nog beperkt ingezet. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Zelfs sinds de test volledig wordt vergoed, krijgt slechts ongeveer één op de drie patiënten die ervoor in aanmerking komt daadwerkelijk zo'n test.
Genprofieltesten, zoals MammaPrint en Oncotype DX, geven artsen aanvullende informatie over het risico op uitzaaiingen bij vrouwen met borstkanker in een vroeg stadium. Deze informatie ondersteunt de beslissing of chemotherapie zinvol is. Ongeveer 13 procent van alle borstkankerpatiënten in Nederland komt voor een dergelijke test in aanmerking. IKNL onderzocht op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) het gebruik van deze testen bij Nederlandse borstkankerpatiënten.
Vergoeding stimuleert gebruik, maar lijkt onvoldoende
Onderzoeker Joyce Meijer analyseerde onder meer het effect van het vergoedingsbeleid op het gebruik van genprofieltesten. Voordat de testen werden vergoed, kreeg slechts 9 procent van de patiënten die daarvoor in aanmerking kwamen een test. Sinds oktober 2023, toen vergoeding in Nederland werd ingevoerd, is dat percentage gestegen naar 37 procent. Dit zou kunnen betekenen dat in 2024 bijvoorbeeld ruim 1.000 vrouwen de test niet hebben gedaan, die daar wel voor in aanmerking kwamen.
Sabine Siesling, hoofdonderzoeker bij IKNL en leider van deze studie: “Het is goed te zien dat vergoeding het gebruik duidelijk stimuleert. Maar de inzet van genprofieltesten blijft toch achter bij wat verwacht mag worden. Nog altijd krijgt ongeveer twee derde van de patiënten die ervoor in aanmerking komt géén test. En dat is jammer, want dit kan betekenen dat vrouwen onnodig chemotherapie krijgen.” Deelname aan de test neemt nog ieder jaar toe, inmiddels zal het totale percentage weer hoger zijn.
Testuitslag vaak doorslaggevend bij beslissing over chemotherapie
De onderzoeksresultaten laten zien dat de uitslag van een genprofieltest sterk samenhangt met de uiteindelijke behandelkeuze. Bij patiënten met een hoog risico op uitzaaiingen volgens de testuitslag kreeg 83 procent (MammaPrint) en 85 procent (Oncotype DX) chemotherapie. Patiënten met een laag risico kregen in respectievelijk 93 en 97 procent van de gevallen géén chemotherapie. Dit benadrukt de waarde van deze testen bij het voorkomen van overbehandeling en onnodige bijwerkingen.
Veel patiënten zonder genprofieltest krijgen toch chemotherapie
Opvallend is dat van de patiënten die wél in aanmerking kwamen voor een genprofieltest, maar deze niet kregen, meer dan de helft (52 procent) chemotherapie ontving. Siesling: “Dit suggereert dat het ontbreken van testinformatie kan leiden tot een ruimere inzet van chemotherapie dan mogelijk nodig is.” Een ingrijpende constatering, want chemotherapie gaat uiteraard gepaard met de nodige bijwerkingen. Tegelijkertijd kan niet worden vastgesteld wat de testuitslag bij deze patiënten zou zijn geweest, omdat deze gegevens ontbreken.
Meer inzicht nodig in barrières
De resultaten laten zien dat genprofieltesten een belangrijk hulpmiddel zijn voor passende zorg bij borstkanker, maar dat het gebruik ervan nog niet optimaal is. Om beter inzicht te krijgen in de barrières voor inzet van deze testen, start IKNL samen met een groep clinici en onderzoekers een implementatieproject. Doel is om belemmeringen voor gebruik beter in kaart te brengen en passende zorg verder te ondersteunen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door een subsidie van ZonMw.
Het uiteindelijke doel is te komen tot een landelijk implementatieplan voor de juiste en passende inzet van dit type test binnen alle regionale oncologienetwerken. Dit plan kan ook richting geven aan de eventuele toekomstige inzet van nieuwe testen, zoals Prosigna. Vorige week werd bekend (onderzoek van University College London) dat ongeveer twee derde van de borstkankerpatiënten met hormoon- in plaats van chemotherapie kan worden behandeld. De Prosigna-test maakt onderscheid tussen de groepen die hier wel en geen baat bij hebben.
Meer weten
Het volledige wetenschappelijke artikel is gepubliceerd in het International Journal of Cancer en is online beschikbaar via Wiley: Impact of Reimbursement on the Utilisation of Gene Expression Profiles and Chemotherapy Decision‐Making in Dutch Breast Cancer Patients.
Bron: IKNL
/a_650_1846.jpg)
/a_650_1842.jpg)
/d_650_0025.jpg)
/H325_ING_33594_220290.jpg)
/a_650_1833.jpg)
/H325_INH_19060_168577.jpg)
/a_650_0015.jpg)
/H325_ISS_17053_06843.jpg?width=325&height=325)
