Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) richt zich op het voorkomen van hart- en vaatziekten
Openbare apotheken verstrekten in 2025 aan meer dan 4,4 miljoen mensen een geneesmiddel voor cardiovasculair risicomanagement, 2,5% meer gebruikers dan in 2024. De bijbehorende inkoopkosten stegen met ruim 15% harder, tot bijna € 1,2 miljard. Aldus de SFK in het Pharmaceutisch Weekblad.
Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) richt zich op het voorkomen van hart- en vaatziekten. De groep geneesmiddelen die daarbij wordt ingezet, is niet strak omlijnd. Tot de CVRM-middelen rekent de SFK antistollingsmiddelen, hartmiddelen, cholesterolverlagers en middelen tegen hoge bloeddruk. Laatstgenoemde groep kent als belangrijkste vertegenwoordigers plasmiddelen, bètablokkers, calciumantagonisten en RAS-remmers. In 2025 verstrekten openbare apotheken minstens eenmaal een CVRM-middel aan ruim 4,4 miljoen mensen (+2,5% ten opzichte van 2024).
Kostenstijgers
De geneesmiddelkosten – materiaalkosten AIP zonder terhandstellingstarief – voor CVRM-middelen kwamen in 2025 uit op bijna € 1,2 miljard, zo’n € 157 miljoen (+15%) meer dan in 2024. Met € 460 miljoen hadden de antistollingsmiddelen de meeste kosten. Cholesterolverlagers en bètablokkers kenden de grootste procentuele kostenstijging. De kosten voor cholesterolverlagers stegen met 31% tot zo’n € 302 miljoen. Deze toename komt door duurdere preferent aangewezen producten van atorvastatine en rosuvastatine. Hierbij kunnen door couvertafspraken van zorgverzekeraars de werkelijke kosten lager zijn. De kosten voor bètablokkers stegen met 28% tot € 66 miljoen, vooral door prijsstijgingen van enkele veelgebruikte producten van metoprolol.
DOAC’s apixaban en rivaroxaban samen goed voor bijna € 300 miljoen
Ook in de top 10 CVRM-medicatie naar geneesmiddelkosten in 2025 zijn atorvastatine (plek 8), rosuvastatine (9) en metoprolol (6) terug te vinden. Koplopers zijn de DOAC-antistollingsmiddelen apixaban, waaraan € 170 miljoen is besteed, en rivaroxaban, met € 128 miljoen. Op plek 3 en 4 staan de PCSK9-cholesterolverlagers evolocumab (€ 92 miljoen) en alirocumab (€ 85 miljoen). Voor zowel de DOAC’s als de PCSK9-remmers geldt dat de overheid een financieel arrangement heeft gesloten met de fabrikanten, waardoor de werkelijke kosten lager liggen. Voor hekkensluiter clopidogrel zijn de kosten meer dan verdubbeld tot € 25 miljoen. Dit komt door een veelgebruikt, duur product dat per 2025 preferent is aangewezen.
Bron: SFK
/f_650_0002.jpg)
/a_650_0484.jpg)
/a_650_0070.jpg)
/G_650_223.jpg)
/a_650_1701.jpg)
/G_650_131.jpg)
/f_650_0083.jpg)
/a_650_1166.jpg)
/e_650_0107.jpg)
