In de afgelopen vier jaar, na de coronapandemie, zijn de uitgaven aan gezondheidszorg ongeveer even hard gegroeid als de hele economie
In 2025 is 120,2 miljard euro uitgegeven aan gezondheidszorg. Dat is 6,9 miljard euro, 6,1 procent, meer dan in 2024. In de afgelopen vier jaar, na de coronapandemie, zijn de uitgaven aan gezondheidszorg ongeveer even hard gegroeid als de hele economie. In 2025 bedragen de zorguitgaven 10,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), in 2022 was dat 10,1 procent. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe, voorlopige cijfers.
Het CBS publiceert twee cijfers over zorguitgaven: één volgens de internationale definitie van uitgaven aan de gezondheidszorg van Eurostat/OESO/WHO en één die, naast de gezondheidszorg, ook de uitgaven aan welzijnszorg (waaronder kinderopvang, maatschappelijk werk, vluchtelingenwerk) omvat. Dit bericht gaat over het internationaal afgestemde cijfer; het bredere cijfer verschijnt in het najaar, als er meer bronnen beschikbaar zijn.
De internationale definitie van de uitgaven aan gezondheidszorg gaat over zorg met een medisch of verpleegkundig doel. Dat betekent dat de uitgaven aan langdurige zorg maar voor een deel onder deze definitie vallen.
Afgezien van de jaren van de coronapandemie zijn de gezondheidsuitgaven als aandeel van het bbp sinds 2009 redelijk stabiel. Het aandeel van de gezondheidszorguitgaven in het bbp wordt bepaald door de ontwikkeling van de zorguitgaven en de ontwikkeling van de totale economie. Zaken als beleid, vergrijzing, nieuwe behandelingen en tariefontwikkelingen beïnvloeden de zorguitgaven, terwijl economische groei en prijsontwikkeling het bbp bepalen.
Sterkere stijging uitgaven Wlz dan Zvw
De uitgaven aan gezondheidszorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) stijgen in 2025 met 7,6 procent. Deze zijn bijvoorbeeld bedoeld voor zorg voor ouderen en mensen met een beperking of psychische aandoening die blijvend intensieve zorg nodig hebben. De uitgaven voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) stijgen met 5,4 procent.
De eigen betalingen stijgen met 6,7 procent. Daarbinnen stijgen de directe eigen betalingen met 7,7 procent en de eigen bijdragen Wlz met 11,0 procent. Betalingen uit het eigen risico Zvw zijn met 2,2 procent omhoog gegaan.
Het aandeel van eigen betalingen in de totale uitgaven aan gezondheidszorg blijft gelijk op 11,9 procent. In 2024 was dit aandeel in Nederland lager dan de meeste andere EU-landen. Cijfers over 2025 zijn voor andere landen nog niet beschikbaar.
Hogere uitgaven aan langdurige zorg voor de gezondheid
De uitgaven aan gezondheidszorg zijn opgebouwd uit verschillende soorten zorg, zoals geneeskundige zorg, langdurige zorg en preventieve zorg. In 2025 is het grootste deel uitgegeven aan geneeskundige zorg (46,1 procent), gevolgd door langdurige zorg voor de gezondheid (29,6 procent) en genees- en hulpmiddelen (9,7 procent).
De uitgaven aan langdurige zorg voor de gezondheid stijgen het sterkste, met 7,3 procent. Eén van de oorzaken is, dat naast de algemene jaarlijkse indexatie van tarieven, de tarieven in de gehandicaptenzorg en het eerstelijnsverblijf zijn verhoogd door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
De uitgaven aan revalidatiezorg stijgen met 4,6 procent en groeien daarmee het minst. Dit zijn o.a. uitgaven aan geriatrische en overige revalidatiezorg, fysiotherapie, ergotherapie en oefentherapie. De beperkte groei komt vooral door een lagere groei bij geriatrische revalidatiezorg.
Uitgaven gezondheidszorg internationaal
In 2024 waren de gezondheidszorguitgaven in Nederland 10,1 procent van het bruto binnenlands product. Daarmee stond Nederland op plaats 8 van de 27 EU-landen. Duitsland had met 12,3 procent het hoogste aandeel en Roemenië had met 5,8 procent het laagste aandeel. Er zijn nog geen cijfers over 2025 voor andere landen beschikbaar.
Bron: CBS
/H325_ING_33594_226021.jpg)
/H325_ISS_18369_01159.jpg)
/H325_ISS_35069_27910.jpg)
/G_650_146.jpg)
/a_650_0392.jpg)
/G_650_368.jpg)
/H325_ing_17215_10570.jpg)
/f_650_0060.jpg)
/b_650_0161.jpg?width=325&height=325)
